|
- De propagandamachine van Joseph Goebbels
Van zodra Hitler aan de macht kwam in 1933 werden er in Duitsland fundamentele vrijheden opgeheven. Eén daarvan was persvrijheid, wat de nazi's toeliet alle communicatiemiddelen (zoals kranten, boeken, tijdschriften, radio, film, kunst, muziek e.d.) over te nemen. Dit gebeurde door het ministerie van propaganda dat vanaf maart '33 vakkundig werd geleid door Joseph Goebbels. Via zijn propagandamachine speelde hij in op de emoties van het Duitse volk met als ultiem doel het 'winnen van de mensen hun hart en dit te behouden'. Hij maakte daarbij graag gebruik van nieuwe media zoals de radio, film en bioscoopjournalen. Via misinformatie, raciale stereotypering en flagrante leugens manipuleerden de nazi's de publieke opinie. Op cruciale momenten organiseerde Goebbels vernuftige propagandacampagnes waaraan men nauwelijks leek te ontsnappen. Hij geloofde dat hoe groter de leugen was en hoe meer ze werd herhaald, des te groter was de kans dat het zou worden geloofd.
De pers is tegenwoordig niet meer de vijand, maar de medewerker van de regering. Pers en regering trekken tegenwoordig eigenlijk één lijn.
[Goebbels, 1934]
Als ik tegen de mensen had gezegd: Spring van de derde verdieping dan hadden zij het gedaan ook!
[Goebbels na zijn rede in het Sportpaleis over de 'Totale Oorlog', 1943]
De nauwkeurige controle op de pers bracht met zich mee dat literatuur, film, muziek en kunst die de nazi's als afwijkend beschouwden werd verboden. Zo kwam er een verbod op moderne kunst (expressionisme – dadaïsme) die volgens de nazi's ontaard was (Entartete Kunst). Ook nieuwe muziekstijlen zoals de jazz die uit Amerika overwaaide werd door de nazi als 'entartet' aanzien. Wat de literatuur betrof waren verschillende studentenorganisaties, bibliothecarissen en professoren reeds begonnen met het opstellen van lijsten van 'ongeschikte' boeken. Alle auteurs die er afwijkende ideeën op nahielden of ideeën die in strijd waren met de nazi-ideologie kwamen op de lijst. Op basis van deze voorbereidingen, die nauwkeurig werden geleid door het ministerie van propaganda, werden er in de nacht van 10 mei 1933 over heel Duitsland boekverbrandingen en massaoptochten gehouden. Meer dan 25.000 boeken werden geroofd uit winkels en bibliotheken om dan publiekelijk op de brandstapel te worden gegooid. Ook in de scholen werden sommige boeken geschrapt uit het nieuwe curriculum. Nieuwe leerboeken werden opgesteld die de rassenleer, het antisemitisme en bovenal trouw en gehoorzaamheid predikten. En na de school werden de kinderen verder gevormd via antisemitische jeugdliteratuur en gevoed door de idealen van de Hitlerjugend en de Bund Deutscher Mädel. Het ontsnappen aan deze massale indoctrinatie leek haast onmogelijk.
Een voorspel was dit slechts. Daar waar men boeken verbrandt, zal men tenslotte ook mensen verbranden.
[Heinrich Heine]
Dit is het geheim van propaganda: degene die door de propaganda gepakt moet worden, geheel doordrenken met de ideeën van de propaganda, zonder dat hij ook maar merkt dat hij ermee doordrenkt wordt. Natuurlijk heeft propaganda een oogmerk, maar dit oogmerk moet zo slim en zo virtuoos verhuld zijn, dat hij die dit oogmerk vervuld moet worden, dit in het geheel niet bemerkt.
[Goebbels voor intendanten en directeuren van de radio-omroepbedrijven, 1933]
|